Dieren in Thailand

De zeer gevarieerde dierenwereld van Thailand behoort in het noorden tot de Indo-Chinese zone en in het zuiden tot de Soenda-zone, waarvan ook Maleisië en grote delen van Indonesië deel uitmaken. Tussen deze twee zones loopt een uitgestrekt overgangsgebied. Men schat dat 10% van de soorten vissen, 10% van de vogels, 5% van de reptielen en 3% van de amfibieën in Thailand te vinden zijn.

Er zijn ca. 300 soorten zoogdieren, waaronder bantengs, gaurs, blaf- en dwerghertjes, sambarherten, geitantilopen, Maleise tapirs, panters, tijgers (nog maar een handvol langs de grens met Myanmar), Maleise beren, Birmese zonnedas, Tibetaanse zwarte beren, vliegende maki's en talrijke apen (waaronder kuifgibbons). De Javaanse neushoorn is waarschijnlijk geheel uitgeroeid, evenals de kouprey, een wild rund; misschien komt de Sumatraanse neushoorn nog wel in Thailand voor.

De Thaise waterbuffel, iets kleiner dan zijn Indiase soortgenoot, is nog steeds een belangrijk dier voor de mensen op het platteland. Hij wordt vooral gebruikt voor het ploegen van de rijstvelden en verder wordt vrijwel alles van de buffel gebruikt. Waterbuffels komen ook voor in China, India, en de rest van Zuidoost-Azië.

De Aziatische olifant is een belangrijk symbool voor Thailand en was vroeger onmisbaar bij de teakhoutproductie. Een volwassen olifant is ongeveer 3 meter hoog, kan tot 4000 kilo wegen en wel 100 jaar oud worden. Er zijn twee soorten olifanten in de Thaise cultuur: de werkolifant en de krijgsolifant. Van de werkolifanten zijn er nog ongeveer 25.000 over en in de bossen leven naar schatting nog ongeveer 1500 olifanten. De speciale berijders van de olifanten worden ‘mahouts’ of ‘kornaks’ genoemd.

Ook de vogelwereld is zeer rijk en telt ca. 1000 soorten, o.a. de argusfazant en in het zuiden veel watervogels. Thailands laatste natuurlijke laaglandregenwoud is ’s werelds enige habitat van de loopvogelsoort Gurney’s pitta. Nimmerzatten trekken naar de Thaise moerassen om zich voort te planten, moeraspurperkoeten komen veel voor en de gekuifde bospatrijzen leven in het zuiden, in de laaglandbossen langs de kust.

De nationale vogel van Thailand is de Siamese vuurrugfazant. Noord-Thailand ligt op de Oost-Aziatische trekroute, een belangrijke route voor trekvogels. Alleen al rond de heuvels van Chiang Mai komen 380 vogelsoort voor. In Thailand komt ongeveer 10% van alle vogelsoorten van de wereld voor.

Noord-Thailand is de habitat van onder meer de zwartkruinkwak, roodlelplevier, zilverfazant, waterfazant, roodborstparkiet, havikarend, purperreiger, fazantspoorkoekoek, langstaartbreedbek, Goulds honingvogel, Aziatische paradijsvliegenvanger, roodkeellijster, bruine uil, zwarthalsspreeuw, witkuif-timaliagaai en grote vlaggendrongo. In het watervogelpark Thale Noi in het diepe zuiden van Thailand zijn het moerashoen, de jassana, de fluittaling, de witkeelijsvogel, de langpotige nok i-kong en de zeldzamere witte ibis en blauwe reiger te zien.

De neushoornvogel behoort tot de spectaculairste vogels van Thailand. De dubbelneushoornvogel is met zijn fel gele en zwarte veren het opvallendst. De serow, een antilopensoort, wordt steeds zeldzamer in Noord-Thailand; de sambar, het grootste Thaise hert, leeft onder andere op de centrale laagvlakte. Brillangoers komen voor op het Thais-Maleisische schiereiland. er leven in Thailand nog drie andere soorten langoers.

Daarnaast huisvest Thailand veel reptielen, o.a. 76 soorten slangen, waarvan zes giftige. Gevaarlijk zijn de cobra, de Maleise adder, de krait en de groene adder; zeer gevaarlijk en bovendien erg agressief zijn de koningscobra en de Russels pit viper. De rivierschildpad en de Indische krokodil behoren tot de bedreigde dieren. In de mondingen van de rivieren en de kustwateren komen dolfijnen voor, waaronder de zeldzame Irrawady-dolfijn.

Verder wordt er gevist op de blauwe marlijn, de zeilvis, de barracuda en verschillende soorten haaien. In de Mekong-rivier komt de met uitsterven bedreigde reuzenmeerval of ‘pla buek’ nog voor, de grootste zoetwatervis ter wereld. Er zijn al exemplaren van twee meter gevangen die rond de 300 kilogram wogen.

Befaamd is de ‘siamees’ (Thailand heette vroeger Siam), een kattensoort die over de hele wereld verspreid is geraakt. Hagedissen (‘chingchongs’) en gekko’s of ‘tukae’ komen in groten getale voor. Thailand kent verder honderden soorten vlinders, waaronder de imposante atlasvlinder, de grootste vlindersoort ter wereld.

Het ecosysteem op de hoogste berg van Thailand, de Doi Inthanon, behoort tot het sub-Himalayasysteem. Het is mogelijk om daar zeldzame dieren te zien, zoals vliegende eekhoorns, roodgetande spitsmuizen, Chinese pangolins (schubdieren) en Père-Davidsveldmuizen. Dit beschermde gebied is ook rijk aan vogels, zoals de blauwvleugelminla’s, groene cocha’s, roodkoptrogons en groenstaarthoningvogels.

De mooiste koraalriffen van Thailand liggen in de Andamanse Zee. Ze bestaan uit ontelbare zeediertjes en groeien erg langzaam: één meter in 1000 jaar. Duizenden planten en dieren leven rond deze koraal riffen, waaronder grondels, clownstrekkervissen, murenen, luipaardhaaien, reuzenmantas, snappers en grote heremietkreeften. De onderwaterfauna rond Phi Phi (Eiland van de Geesten) is schitterend met bijzondere haaiensoorten, zoals de gladde haai, de zwartvinrifhaai en de zwartpunthaai.

Mangrovebosen liggen in het zuiden van Thailand, vooral in de Phang-nga-baai. In dit ecosysteeem paaien, broeden, eten kreeftachtigen, vissen, vogels, slangen en zelfs zoogdieren; bovendien is het een uitstekende schuilplaats. Hier leven onder meer slijkspringers, dwergotters, wenkkrabben, makaken, de zwart-gele waterslang Boiga dendrophia en zeldzame zeekrokodillen.

De doejong (zeekoe) dreigde uit te sterven in de Thaise wateren. Nu neemt hun aantal weer langzaam toe. Het gebied rond de Andamanse eilanden van Trang is een van de weinige plaatsen waar ze kunnen worden gezien. Ze eten zeegras dat groeit bij Ko Libong en de Trang-monding. Ze bereiken een lengte van drie meter en een gewicht van ca. 400 kilo.

De Lawa-grot in het Nationaal Park Sai Yok is een van de 21 grotten in de provincie Kanchana Buri waar de kitti-vleermuis of Craseonycteris thonglongyai leeft. Het is het kleinste zoogdier ter wereld, niet groter dan een vlinder en met een gewicht van slechts twee gram. Er zijn nog maar zo’n 2000 exemplaren over en behoort daarmee tot een van de meeste bedreigde diersoorten ter wereld. Het diertje werd pas in 1973 ontdekt door een Thaise bioloog.

In het Khao Sam Roi Yot National park komt de zeldzame liangpha voor, een Aziatische berggeit.
De Similaneilanden zijn echte eilanden voor natuurliefhebbers. Er zijn in de wateren rond de eilanden walvishaaien, mantaroggen, tuimelaars en grote diepzeevissen te zien. Op de eilanden nestelen meer dan 30 vogelsoorten zoals het witborstige waterhoentje en de Brahminy-havik en verder zijn er trekvogels zoals de zilverreiger, pijlstaartsnip, grijze kwikstaart en Dougals stern.

Verder kleine zoogdieren als stekelvarken, gewone palmcivet en vliegende maki. Ook veel reptielen en amfibieën zijn er in soorten en maten, waaronder giftige ringkraits, pythons, witlippige en gewone groefkopadders, leder- en karetschildpadden en Bengaalse en gewone watervaranen.

Het land is betrekkelijk dun bevolkt, waarbij bovendien de grootste concentratie zich aan de kust bevindt. Toch hebben kaalslag van het bos, dierenhandel en weinig gereguleerde jacht veel schade aangericht. Tegenwoordig wordt meer aandacht besteed aan de natuurbescherming, die onder de dienst van het bosbeheer ressorteert; sinds 1961 bestaat in een aantal nationale parken hier en daar adequate bescherming.

Thailand heeft nu ongeveer 80 nationale parken, inclusief 19 zeereservaten. Ca. 15% van het landareaal is beschermd gebied. Het eerste park was Khao Yai in Centraal-Thailand met een oppervlakte van meer dan 2000 km2. Het grootste natuurpark is Kaeng Krachan ten zuidoosten van Bangkok.